Verenigd KoninkrijkJust Landed GidsOnderwijsDe keuze van een staatsschool

De keuze van een staatsschool

Kleuteronderwijs, lager en middelbaar

De keuze van een staatsschool

De kwaliteit van staatsscholen, het personeel en de verschaffing van onderwijs varieert aanzienlijk van regio tot regio, LEA tot LEA, en van school tot school.

Als je wilt dat je kinderen een goede opleiding krijgen is het van groot belang om hen naar een degelijke middelbare school te sturen, zelfs indien je moet verhuizen of van werk moet veranderen.

Je hebt het recht om een voorkeur te hebben voor een specifieke staatsschool en je moet geen school kiezen binnen je lokale LEA. Men geeft de prioriteit echter aan kinderen die een familielid hebben op diezelfde school, kinderen met speciale familiale of medische omstandigheden en kinderen die wonen binnen de school omgeving.

De beste school vinden voor je kinderen

Doe genoeg onderzoek naar de beste scholen in een gegeven gebied en zorg ervoor dat het kind aanvaard wordt binnen deze scholen, vooraleer wanneer je een huis koopt of huurt. De inschrijvingskosten bij de staatsscholen worden vooral bepaald volgens het lokale gebied. Als je woont buiten het school gebied kan het zijn dat je kind niet wordt toegelaten .

De huizen dichtbij de beste staatsscholen zijn in trek en de prijzen zijn gestegen in vele gebieden door de hoge vraag. Een staatsonderzoek in 2002 gaf aan dat huizenprijzen in gebieden met degelijke scholen 10% hoger bedragen dan andere gebieden. Dit cijfer neemt toe tot 21% in Londen, het zuidoosten en het noorden van Engeland.

Sommige ouders zijn bereid om 50000 pond extra te betalen voor een woning om hun kinderen een goede scholing te bieden. Bepaalde scholen werden gedwongen om hun opvang gebieden te verminderen, exclusief kinderen wiens ouders verhuisd zijn zodat hun kinderen naar een bijzondere school kunnen gaan. Scholen kunnen kinderen weigeren omdat ze zogezegd aan de verkeerde kant van de straat wonen. In de jaren 80 waren er hervormingen in het onderwijs doordat er te weinig geld was om te voldoen aan de vraag van ouders naar beschikbare plaatsen. Er zijn meer dan een miljoen overtollige plaatsen in scholen en deze kosten miljoenen per jaar voor het onderhoud, terwijl ouders vechten om hun kinderen naar de beste scholen te laten gaan. Zoals vele ouders doen, kan je de weigering aanklagen maar dit levert meestal geen succes op.

Vele ouders zijn ontevreden over de school van hun kind. Een LEA is verplicht om transport te verschaffen of de reiskosten te betalen wanneer de dichtste scholen op een afstand van meer dan 3km (2mi) of 5km (3mi) zich bevinden. Je kan eventueel van school veranderen als jij of je kind dit wenst maar denk hier echter wel goed over na.

Vandaag is er heel veel informatie beschikbaar over scholen. Alle basis en middelbare scholen zijn verplicht om folders uit te reiken die informatie verschaffen over het onderwijs en de religie. Men kan een lijst van scholen vinden bij onderwijskantoren in Engeland en Wales (in de gouden gids). Middelbare scholen zijn ook verplicht om informatie te publiceren van hun GCSE en GCE A-level resultaten.

De regering publiceert tabellen over het prestatievermogen van het onderwijs. Er zijn vele boeken die je helpen bij de vergelijking tussen de verschillende scholen, inclusief The Sunday Times State Schools Book (Bloomsbury). Deze geeft de 500 beste staatsscholen doorheen het land weer. The Sunday Times (en andere kranten) publiceert ook onderwijs supplementen om ouders te helpen bij hun keuze naar een staatsschool (of privéschool).

Toelating tot een Britse school

De inschrijvingsaanvraag voor staatsscholen dien je te richten naar de Chief Education Officer van het LEA of contacteer het secretariaat of hoofdkwartier van een bepaalde school. Doe de aanvragen goed genoeg op voorhand vooraleer je in de nieuwe omgeving gaat wonen.

Alle scholen kiezen erom dat kinderen starten aan het begin van het schooljaar (zie onderaan). Het schooljaar in Engeland en Wales start gewoonlijk in september en eindigt in juni van het daaropvolgende jaar. In Schotland begint het schooljaar midden augustus en eindigt het eind juni en in Ierland van september tot juni. De meeste lokale raadsleden publiceren informatie inzake inschrijvingen en bij het lokale Departement voor Onderwijs kan men ook info vinden.

Regels in schooluren in het VK

Het schooljaar is gewoonlijk verdeeld in drie semesters (herfst, lente en zomer) en zijn gescheiden door 14 vakantiedagen. Aan de helft van het semester is er een week vakantie. De typische datums worden hieronder vertoond, hoewel ze afhangen van de soort school en het gebied:

De semesters hebben een flexibele duur. De meeste scholen sluiten ook voor opleiding van het personeel op bepaalde dagen. Deze datums vindt men terug in de school kalender. Vakantiedagen worden op voorhand te kennen gegeven door de scholen. Zo hebben ouders genoeg tijd om hun vakanties te plannen. Men kan echter geen vakantie nemen gedurende het semester, hoewel vele ouders dit toch doen en het is ook wettelijk toegelaten. Ouders mogen hun kinderen voor twee weken thuishouden zonder dat er daarvoor wettelijke toestemming nodig is.

Het is echter niet aangeraden om dit te doen, vooral wanneer er examens moeten afgelegd worden of er belangrijke taken moeten ingediend worden. De GCSE examens vinden laat mei en juni plaats. Als je kind een examen niet kan meedoen moet je waarschijnlijk een kost betalen en ook wanneer het kind de examens overdoet.

De schooldag duurt gewoonlijk van 9u tot de middag en van 13u tot 15u30 of 16u, van maandag tot vrijdag, Sommige scholen (gewoonlijk middelbare scholen) hebben continentale uren, beginnende van 8u30 tot 2u30 (met een korte lunchpauze). Zaterdag zijn er geen lessen.

Voorzieningen en uniformen

De meeste basis en middelbare scholen voorzien maaltijden (cafetaria) voor 2,5 pond per dag en in sommige scholen mogen de ouders hun kinderen vergezellen gedurende de lunchpauze. Leerlingen kunnen hun maaltijden vooraf bestellen voor een hele week.

Het kind kan eventueel naar huis gaan tijdens de lunchpauze, indien de moeder thuis werkt en binnen wandelafstand woont van het school. In het noorden van Ierland worden er maaltijden voorzien in basisscholen voor kinderen die dit wensen.

Bij de meeste scholen mogen kinderen een snack eten tijdens de ochtendpauze, bv. een koekje, appel of chips (chips). Melk kan men aankopen bij bepaalde scholen. Er is ook gratis melk en maaltijden voor leerlingen wiens ouders een ondersteunende vergoeding van de staat krijgen. Bovendien kunnen ze vrijgesteld worden van de betaling voor reizen en schooluitstappen. Alle middelbare scholen hebben ook fietsrekken voor leerlingen die met de fiets naar school komen. Kinderen van de basisschool hebben gewoonlijk de volgende zaken nodig:

  • Een rugzak of schooltas en een brooddoos;
  • Een pennenzak met schrijfgerief, etc. (niet verplicht);
  • Turnpantoffels, short, t-shirt en een handdoek voor spelletjes en het turnen
  • Turnzak (indien de schooltas de klein is).

Hoewel de meeste staatsscholen een schooluniform hebben, variëren de regels inzake klederdracht sterk. In sommige scholen is het verplicht en in andere niet (de regels zijn minder streng bij lagere scholen). Ouders die het economisch moeilijker hebben, bv. diegene die een staatsinkomen hebben, kunnen een beurs krijgen voor het uniform en sommige lagere scholen verschaffen ook hulp om de uniformen te bekostigen.

In de jaren 60 was het schooluniform niet populair in staatsscholen en werden beschouwd als een bedwongen persoonlijkheid. Ook werd dit gezien als last voor minder welgestelde families (wat nog steeds het geval is).

De laatste jaren hebben vele staatsscholen de uniformen opnieuw geïntroduceerd om de discipline, trots en het imago van het school te bevorderen. De voorstanders van het uniformen beweren dat het uniform het imago van het school verrijkt en bovendien vallen de kinderen van armere ouders niet op aangezien iedereen dezelfde klederdracht hanteert.

Kinderopvang & kleuteronderwijs in het VK

Het kleuteronderwijs is niet verplicht voor kinderen die jonger dan vijf jaar zijn. Vanaf hun vijfde jaar is het onderwijs verplicht. Een door de regering geïntroduceerd schema in 1998 voorziet deeltijds onderwijs voor kinderen van vier jaar.

Deze kinderen krijgen drie blokken van twee uur en half per week les met speeltijd daarbij. Dit laatste kunnen de ouders vrij bepalen. De uren van de kinderopvang behoren tot de laagste in Europa (in België en Frankrijk gaan 95% van de kinderen naar het kinderopvang).

Toch is de verschaffing van kinderopvang door LEAs niet verplicht, hoewel LEAs plaatsen moeten verzekeren als er te weinig kinderopvang is. De inschrijving is gebaseerd op een 'first-come, first-served'. De centra voor kinderopvang hebben geen overnachtingsmogelijkheden en je kan aanvraag doen bij een aantal scholen, hoewel je zo snel mogelijk je kind dient in te schrijven. Een voordeel bij het inschrijven van je kind aan een staatsschool, dat verbonden is aan een basisschool, is dat je er zeker van mag zijn dat je kind later een plaats zal hebben in de basisschool.

De kosten van privé onderwijs bedragen gewoonlijk 50 pond per week of 400 pond per semester, hoewel ze tot 5000 pond per jaar kunnen bedragen. Bij sommige scholen kan je een aantal ochtend en namiddag sessies kiezen, bv. van 150 pond per semester voor twee sessies per week, tot 400 pond voor vijf volle dagen per week. De schooluren variëren en zijn meestal van 9u tot de middag (ochtend sessie) en 12u15 tot 15u15 (namiddag sessie).

Kinderen die elke dag naar de kleuterschool gaan vereisen gewoonlijk een lunchpakket (de school verschaft meestal een ochtend snack en drankje). Er zijn meer dan 800 kleuterscholen in het VK die de Montessori leermethode gebruiken.

Als je kind niet aanvaard wordt door een staatsschool, moet je betalen voor privéonderwijs. De kosten lopen op van 2,50 pond tot 4 pond per sessie. Vele plaatsen voor kinderopvang aanvaarden kinderen van 2 jaar maar deze kinderen moeten toilet getraind zijn. De informele speelfaciliteiten worden voorzien door de privé kleuterscholen en opvangcentra. Ook kunnen ouders of vrijwillige instellingen hiervoor zorgen zoals; Pre-School and playgroups  (The Fitzpatrick Building, 188 York Way, London N7 9AD 020-7697 2500). De capaciteit bedraagt 800000 voor kinderen jonger dan vijf jaar. Contacteer de kinderopvang (0800-096-0296) om te weten waar de verschillende kleuterscholen en opvangcentra zich bevinden in je omgeving.

Kinderen tussen twee en vijf jaar wonen de weeksessies bij van twee en half uur per dag. De ouders betalen elke semester een vergoeding en worden aangemoedigd om hun steentje bij te dragen tot de groep. Een opvangcentrum voorziet niet echt opleiding voor kinderen van onder de vijf jaar, hoewel onderzoek aangetoond heeft dat kinderen die naar de kleuterschool gaan sneller ontwikkelen dan diegene die dit niet doen.

De kleuterschool wordt sterk aangeraden, vooral wanneer de ouders geen Engels spreken als moedertaal. Na één of twee jaar in de kleuterschool is een kind geïntegreerd in de lokale gemeenschap en goed voorbereid voor het lager onderwijs (vooral indien er thuis geen Engels wordt gesproken). Er zijn een aantal boeken voor ouders die hun jonge kinderen thuis willen opleiden. De meeste opvoeders raden echter aan om de kinderen naar school te sturen.

Lagere school in het Verenigd Koninkrijk

Het lager onderwijs start op vijfjarige leeftijd in het VK en de staatsscholen bieden meestal gemengd onderwijs (gemeenschappelijke opvoeding van jongens en meisjes). Lagere scholen bestaan voornamelijk uit kindscholen voor kinderen van vijf tot zeven (of acht), junior scholen voor kinderen van zeven tot elf (of acht tot twaalf) en gecombineerde eerste en middenscholen voor beide leeftijdsgroepen.

Kinderen van vijf tot acht jaar gaan naar de basisschool in sommige delen van Engeland, kinderen van negen of tien jaar gaan naar de middel secundaire school. Sommige basisscholen geven kleuterlessen voor kinderen van vijf jaar.

LEAs moeten een plaats verschaffen in een basisschool bij de aanvang van het semester voor kinderen van vijfjarige leeftijd. Sommige scholen laten kinderen toe van jongere leeftijd. Na het volgen van kleuteronderwijs in de basisschool gaat het kind erna naar een hogere klas aan dezelfde school, hoewel dit niet verplicht is. Om hun kinderen in te schrijven, moeten ouders een aanvraag doen bij de directie.

De overgang naar de middelbare school wordt gemaakt op elfjarige leeftijd in Engeland en Wales, terwijl dit in het Noorden van Ierland elf of twaalf jaar is. In Schotland duurt het basisonderwijs zeven jaar en leerlingen gaan naar het middelbaar onderwijs op hun twaalf jaar. Op sommige plaatsen moeten kinderen een 11-plus examen afleggen. De uitslag bepaalt of het kind naar een grammatica school of middelbare school mag gaan.

Middelbare school in Brittannië

Middelbare scholen zijn voor kinderen van elf of twaalf tot 16 jaar en voor diegene die wensen te blijven tot hun 18 jaar (dit noemt men in het Engels 'sixth formers'). De meeste middelbare scholen bieden gemengd onderwijs, hoewel er vele uniseks-scholen zijn in het Noorden van Ierland. Studenten krijgen academische vakken in het middelbaar onderwijs. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste middelbare scholen:

  • Middenscholen – Kinderen van acht tot negen gaan naar deze scholen en op hun 12 of 14 jaar gaan zij naar senior scholen.
  • Scholengemeenschap (basis of secundair onderwijs) – Men kan zich laten inschrijven ongeacht de mogelijkheden of vaardigheden. Deze scholen bieden een variatie aan cursussen voor alle niveaus, voor kinderen van één tot zes jaar (van 11 tot 18 jaar, hoewel sommige enkel zijn voor kinderen van 11 tot 16 jaar) en aanvaarden enkel studenten van de lokale omgeving. In bepaalde landen zijn middelbare scholen veelomvattend.
  • Middelbare scholen – Voorzien algemeen onderwijs met een praktische training voor leerlingen van 11 tot 16 jaar die niet aanvaard werden in de grammaticale school. Zoals de scholengemeenschap zijn middelbare scholen voor studenten van de lokale omgeving.
  • Intermediair/secundair – Deze scholen bevinden zich enkel in het noorden van Ierland en zijn gelijkwaardig aan de scholengemeenschap.
  • Secundaire grammaticale school – Deze hebben een grote toeloop en voorzien academische cursussen voor leerlingen van 11 tot 16 of 18 jaar. In gebieden waar men het 11-plus examen moet afleggen kan 25% van de geslaagden zich inschrijven.
  • Lyceum – Deze scholen zijn voor leerlingen die slagen voor het 11-plus examen en niet aanvaard worden een grammaticale school.
  • Sixth Form Colleges – Hier gaan leerlingen van zestien jaar naartoe (bv. van secundaire moderne scholen). Zij studeren gedurende twee jaar voor het GCE A-niveau. Ook studenten van elf tot zestien jaar gaan naar deze school.
  • Technische Scholen – Deze scholen voorzien beroepsopleiding (academisch en technische) voor studenten van 14 tot 18 jaar. De school hoort gedeeltelijk bij het Instituut voor Technisch en Beroepsonderwijs (TVEI), gefinancierd door Manpower Services Commission (MSC).
  • City Technology Colleges – Zij zijn gespecialiseerd in technische en wetenschappelijke cursussen voor kinderen van 11 tot 18 jaar (zie hieronder). Deze scholen bevinden zich in afgezette gebieden van het VK.

De scholengemeenschap is meestal verdeeld in vijf of zeven leeftijdsgroepen, waarbij de eerste groep bestaat uit de jongste kinderen, bv. elfjarigen. Studenten kunnen op 16-jarige leeftijd examens afleggen of het school verlaten zonder examens af te nemen. Nadat de examens gedaan zijn kunnen studenten naar het sixth form gaan en twee of drie jaar verder studeren voor de examens op niveau A. Bij het slagen van deze laatste examens kunnen studenten naar de universiteit gaan. Ze kunnen ook een extra GCSE afleggen of studeren voor het niveau B. Tech of GNVQ examens (General National Vocational Qualification). Ongeveer 40% van alle studenten studeren aan de middelbare school om het niveau A te behalen.

De gemiddelde leraar-leerling verhouding in de meeste staatsscholen is ongeveer 22, hoewel de omvang meer dan 30 is in sommige scholen.

De lestijd bedraagt tussen 22 en 26 uur in middelbare scholen en kan meer zijn om betere examenresultaten te behalen.

City technology colleges worden gefinancierd door de staat, onafhankelijk van LEAs, en vormen een recente innovatie voor het staatsonderwijs voor leerlingen van 11 tot 18 jaar. Hun doel is om de keuzemogelijkheden van secundair onderwijs uit te breiden in benadeelde stedelijke gebieden en om een veelomvattend leerplan aan te bieden met de nadruk op wetenschappen, technologie, bedrijfsmanagement en kunst. Hoewel er in het begin twijfels waren hebben technische colleges al veel succes voortgebracht.

Leerplan

De Education Reform Act van 1988 heeft het nationale leerplan in basis en middelbare scholen geïntroduceerd voor de jaren van verplicht onderwijs voor leerlingen van vijf tot zestien jaar. Dit betekent dat kinderen in alle delen van Engeland en Wales nu hetzelfde basisonderwijs zullen krijgen. Dit maakt de vergelijking gemakkelijker tussen hoe kinderen presteren aan de verschillende systemen en de verplaatsingen tussen scholen. Voor het nationale leerplan waren hoofd leraars in Engeland en Wales verantwoordelijk voor het opstellen van het leerplan in hun scholen in samenspraak met LEAs en de schooldirecteurs.

Het nationale leerplan (curriculingo) werd geïntroduceerd in de herfst van 1989 tot de zomer van 1995 om het VK in lijn te brengen met Europa. Het bestaat uit elf vakken dat ieder kind moet volgen: Engels, wiskunde, wetenschappen, geschiedenis, aardrijkskunde, informatie en communicatie technologie (ICT), muziek, kunst en ontwerp, lichamelijke opvoeding (LO), ontwerp en technologie (D&T) en een moderne vreemde taal (in middelbare scholen van 11 jaar). Engels en wiskunde zijn verplichte hoofdvakken omdat ze de leerling helpen bij het studeren van andere vakken.

Andere vakken noemt men 'foundation' vakken. De belangrijkste vakken en technologie en moderne taal zijn gekend als 'extended core'. In Wales wordt er Wels aangeleerd als belangrijkste vak en sommige scholen in Wales geven Wales als basisvak (hoewel dit al onenigheid heeft veroorzaakt onder de Engelstalige ouders, waarbij leerlingen verplicht worden om Wels te leren tegen de zin van hun ouders). Godsdienst maakt ook deel uit van het leerplan. De ouders kunnen vrij kiezen of hun kinderen hieraan meedoen.

Het onderwijs wordt verdeeld in vier belangrijke stadia. Hierdoor zijn ouders beter op de hoogte van wat hun kinderen leren op verschillende leeftijden. De ouders ontvangen een rapport met de resultaten van de Standard Assessment Tests (SATs) aan het einde van elk stadium (op de leeftijd 7,11,14 en 16). Deze zijn gebaseerd op de nationale bereikdoelstellingen.

In stadium één en twee worden de volgende vakken gegeven: Engels, wiskunde, wetenschappen, informatie en communicatietechnologie (ICT), geschiedenis, aardrijkskunde, kunst en ontwerp, muziek, ontwerp en technologie (D&T) en PE. In stadium drie wordt er een vreemde taal en het vak staatsburgerschap aangeleerd. Leerlingen moeten ook het vak godsdienst volgen bij elk stadium, hoewel ouders het recht hebben om dit te weigeren. In stadium drie hebben kinderen van 11 tot 14 jaar 20% van hun rooster ter beschikking voor optionele vakken en dit percentage bedraagt 40% in stadium vier.

De individuele scholen beslissen over bijkomende en religieuze vakken. Ook dienen ze jaarlijks informatie te publiceren over het leerplan. Kinderen met speciale behoeften moeten ook het nationale leerplan volgen, indien mogelijk.

In Schotland is er geen nationaal leerplan en de onderwijsautoriteiten en individuele hoofdonderwijzers beslissen hierover. Er zijn nationale richtlijnen die de volgende vakken voorstellen voor leerlingen van 5 tot 14 jaar: Engels, wiskunde, natuurwetenschappen (inclusief wetenschappen, sociale vakken, technologie en gezondheid), expressieve kunst (inclusief kunst, muziek, drama en lichamelijke opvoeding), en religieuze en morele vakken.

Deze vormen de belangrijkste vakken en vergezellen de andere activiteiten. Er wordt ook bepaald om de Keltische taal te geven in de Keltische gebieden. Standaard testen worden afgenomen voor Engels en wiskunde voor kinderen van 9 en 12 jaar.

In het Noorden van Ierland is er een gelijkaardig leerplan voor alle scholen met verschillende studiegebieden, inclusief; Engels, wiskunde en technologie, geschiedenis en aardrijkskunde, creatieve en expressieve vakken (kunst en ontwerp, muziek en lichamelijke opvoeding), religie, en 4 optionele vakken (gemeenschappelijk begrip, cultureel erfgoed, gezondheid en welzijn, en informatie technologie). Deze laatste zijn aparte vakken en worden samen met de andere vakken onderwezen.

Alle leerlingen van het middelbaar onderwijs leren een Europese taal aan. Het Iers wordt enkel in Ierse scholen aangeleerd. Middelbare scholen zijn gekend als Post-primary schools in het nooden van Ierland. Er zijn ook grammaticale scholen en de inschrijving hierbij hangt af van de resultaten van 2 examens die de kennis van Engels, wiskunde, wetenschappen en technologie testen.

Het nationale leerplan werd al gecontroleerd en men verwacht dat dit de komende jaren wordt aangepast om probleemgebieden te bestrijden en de training een andere invalshoek te geven. Voor verdere informatie kan je de volgende instantie controleren; Qualification and Curriculum Authority , 83 Piccadilly, London W1J 8QA (020-7509 5556).

Examens

Voor de introductie van de scholengemeenschap werden de 11-plus examens afgelegd door alle leerlingen van Engeland en Wales op 11-jarige leeftijd. Dit is het grootste keerpunt in de opleiding van een leerling. Critici beweren dat deze examens de onderwijstoekomst van het kind op een te jonge leeftijd bepalen (enkele leerlingen die faalden voor het 11-plus examen hebben hoger onderwijs gevolgd).

Het examen wordt nog steeds afgelegd door leerlingen van de basisschool in sommige gebieden en gaan zo verder naar een grammaticale school. Leerlingen die niet slagen gaan naar een secundaire moderne school. De plaatsen aan een geavanceerde middelbare school zijn beperkt en om te kunnen slagen voor het examen hebben leerlingen ook een referentie nodig van hun rector. Je kan mogelijk overstappen van een middelbare school naar een grammaticale school maar dit gebeurt zelden.

In Engeland, Wales en Noord-Ierland is het belangrijkste examen op 16-jarige leeftijd het General Certificate of Secondary Education (GCSE). Het General Certificate of Education Advanced op het niveau A kan afgenomen worden na twee jaar studeren. Het belangrijkste examen in Schotland is het Scottish Certificate of Education (SCE). De SCE standaard (ordinaire) graad wordt na vier jaar middelbaar onderwijs gedaan en de SCE hogere graad na zes jaar.

Als men voor deze examens slaagt kan men verder studeren. De resultaten worden namelijk erkend door alle Britse en Europese universiteiten en de meeste Amerikaanse hogescholen. De laatste jaren was er een debat over de daling van de A-niveau standaarden, hoewel ze bij de beste behoren. Hieronder volgt een beschrijving van de examens in Engeland, Wales en Noord-Ierland.

Algemeen certificaat van het Secundair Onderwijs

In 1988 vervangde het GCSE examen het Algemeen Certificaat van Onderwijs (GCE) en het Certificaat van Secundair Onderwijs (CSE) examens. De GCSE verschilt van deze voorgangers. De syllabi was gebaseerd op nationale criteria die de cursus doelstellingen dekt; inhoud en evaluatiemethodes; gedifferentieerde evaluatie (verschillende vragen voor de verscheidene vaardigheden) en graad-gerelateerde criteria (cijfers die worden toegekend op eerder absolute dan relatieve prestaties).

De cursussen maken deel uit van de GCSE resultaten, afhankelijk van het onderwerp en de examencommissie, en variëren van 30% tot 70%. Wanneer leerlingen het einde van het derde jaar van het middelbaar onderwijs bereiken, kiezen ze GCSE onderwerpen met de hulp van leerkrachten en ouders (er is geen beperking inzake de deelname aan elk examen).

Leerlingen doen hun GCSEs op 16-jarige leeftijd of vroeger – bv. als ze uitzonderlijk hoogbegaafd zijn. Leerlingen die het niveau A willen bereiken of verder willen studeren moeten vijf of zes GCSE afleggen voor graad A tot C.

Geavanceerde & geavanceerde bijkomende niveaus

De GCE (A-level) examens moeten gewoonlijk twee jaar na de GCSE afgelegd worden (op de leeftijd van 17 of 18 jaar) door diegene die verder willen studeren. In 2002 werden de A-niveaus aangepast als antwoord op de kritieken dat standaarden gedaald waren (een aantal jaren geleden was er een sterke stijging in het aantal A-level passes, vooral in de topgraden A en B en vele opvoeders denken dat examens en de evaluatie opzettelijk verminderd werden om de slaagkansen te doen toenemen). Ook wordt de flexibiliteit in vakken sterk aangemoedigd.

Studenten in hun eerste jaar van het niveau A kunnen beslissen hoeveel A niveaus ze wensen te studeren. Ieder A niveau heeft zes eenheden die men kan afleggen na twee jaar (modules) of aan het eind van de twee jaar (lineair). De cursussen maken deel uit van de eenheden van niveau A en er is een maximum van 30% bij de meeste vakken. Het eerste jaar is gekend als 'AS' (zie onderaan) en het tweede als 'A2'.

De Advanced Supplementary level (AS-level) examens kan men afnemen gedurende het eerste en tweede jaar en bestaan uit drie niveaus. Een AS-level wordt gegradeerd als de helft van niveau-A en daarom worden twee AS-level certificaten aanvaard als gelijkwaardig aan één A-level certificaat. AS-level cursussen vormen een supplement op de A-level studies en de examens krijgen een cijfer van A tot E (netzoals A-level grades).

Advanced Education Awards (AEAs) werden door de regering geïntroduceerd in 2002 om de oude Scholarship levels (S-levels) te vervangen. Er wordt echter wel verwacht dat AEAs door meer studenten worden afgenomen dan de S-levels. EAEs vormen een uitbreiding voor A-level studenten en zorgen voor differentiatie, vooral voor vakken waar er een hoge proportie is van 'A' grades op A-niveau. Tot op heden zijn AEAs beschikbaar in 16 A-level vakken (biologie, chemie, economie, Engels, Frans, aardrijkskunde, Duits, geschiedenis, Iers, Latijn, wiskunde, fysica, religie, Spaans, Wels en Wels als tweede taal). Dit cijfer zal toenemen tot 20 in 2005 met de introductie van bedrijfsmanagement, informatica, ontwerp en technologie en psychologie.

Schotland heeft zijn eigen examen systeem, het Scottish Certificate of Education (SCE) standard (ordinair) en hogere examens. De standaard graad (gelijkwaardig aan de GCSE) wordt afgenomen op de leeftijd van 15 en de hogere graad op 17 of 18-jarige leeftijd. Het Scottish Certificate of Sixth Year Studies (SCSYS) is een verdere kwalificatie voor leerlingen die verder studeren na het slagen van de SCE graad. Sommige Schotse privé scholen hebben GCE A-levels en SCE hogere graden.

Het Certificate of Pre-vocational Education (CPVE) is een nationaal erkende onderscheiding voor jongeren van 17 jaar die een extra jaar volgen aan een school of instituut.

Om te mogen studeren aan een Britse universiteit moet de student het niveau A halen (graden A tot E). Dit is het minimum; bij bepaalde cursussen heb je nog meer cijfers nodig, bv. bij het studeren van rechten en geneeskunde heb je 3 certificaten van het niveau A nodig. Bij andere cursussen heb je twee certificaten voor graad B en één voor graad C nodig. Als je onverwachts een laag cijfer behaalt op een examen kan je in beroep gaan. Hiervoor moet je betalen maar je krijgt het bedrag terug als je echter geen succes hebt. Indien je in beroep gaat doe dit zo snel mogelijk.

Voor dyslectische kinderen zijn er speciale toegevingen inzake GCSE en examens op niveau A. Zij mogen gebruik maken van een tekstverwerker om de examens te maken.

Als je wilt dat je kinderen een goede opleiding krijgen is het van groot belang om hen naar een degelijke middelbare school te sturen, zelfs indien je moet verhuizen of van werk moet veranderen.

Je hebt het recht om een voorkeur te hebben voor een specifieke staatsschool en je moet geen school kiezen binnen je lokale LEA. Men geeft de prioriteit echter aan kinderen die een familielid hebben op diezelfde school, kinderen met speciale familiale of medische omstandigheden en kinderen die wonen binnen de school omgeving.

De beste school vinden voor je kinderen

Doe genoeg onderzoek naar de beste scholen in een gegeven gebied en zorg ervoor dat het kind aanvaard wordt binnen deze scholen, vooraleer je een huis koopt of huurt. De inschrijvingskosten bij de staatsscholen worden vooral bepaald volgens het lokale gebied. Als je woont buiten het school gebied kan het zijn dat je kind niet toegelaten wordt.

De huizen dichtbij de beste staatsscholen zijn in trek en de prijzen zijn gestegen in vele gebieden door de hoge vraag. Een staatsonderzoek in 2002 gaf aan dat huizenprijzen in gebieden met degelijke scholen 10% hoger bedragen dan andere gebieden. Dit cijfer neemt toe tot 21% in Londen, het zuidoosten en het noorden van Engeland.

Sommige ouders zijn bereid om 50000 pond extra te betalen voor een woning om hun kinderen een goede scholing te bieden. Bepaalde scholen werden gedwongen om hun opvang gebieden te verminderen, exclusief kinderen wiens ouders verhuisd zijn zodat hun kinderen naar een bijzondere school kunnen gaan. Scholen kunnen kinderen weigeren omdat ze zogezegd aan de verkeerde kant van de straat wonen. In de jaren 80 waren er hervormingen in het onderwijs doordat er te weinig geld was om te voldoen aan de vraag van ouders naar beschikbare plaatsen. Er zijn meer dan een miljoen overtollige plaatsen in scholen en deze kosten miljoenen per jaar voor het onderhoud, terwijl ouders vechten om hun kinderen naar de beste scholen te laten gaan. Zoals vele ouders doen kan je de weigering aanklagen maar dit levert meestal geen succes op.

Vele ouders zijn ontevreden over de school van hun kind. Een LEA is verplicht om transport te verschaffen of de reiskosten te betalen wanneer de dichtste scholen op een afstand van meer dan 3km (2mi) of 5km (3mi) zich bevinden. Je kan eventueel van school veranderen als jij of je kind dit wenst maar denk hier echter wel goed over na.

Vandaag is er heel veel informatie beschikbaar over scholen. Alle basis en middelbare scholen zijn verplicht om folders uit te reiken die informatie verschaffen over het onderwijs en de religie. Men kan een lijst van scholen vinden bij onderwijskantoren in Engeland en Wales (gelijst in de gouden gids). Middelbare scholen zijn ook verplicht om informatie te publiceren van hun GCSE en GCE A-level resultaten.

De regering publiceert tabellen over het prestatievermogen van het onderwijs. Er zijn vele boeken die je helpen bij de vergelijking tussen de verschillende scholen, inclusief The Sunday Times State Schools Book (Bloomsbury). Deze geeft de 500 beste staatsscholen doorheen het land weer. The Sunday Times (en andere kranten) publiceert ook onderwijs supplementen om ouders te helpen bij hun keuze naar een staatsschool (of privéschool).

Toelating tot een Britse school

De inschrijvingsaanvraag voor staatsscholen dien je te richten naar de Chief Education Officer van het LEA of contacteer het secretariaat of hoofdkwartier van een bepaalde school. Doe de aanvragen goed genoeg op voorhand vooraleer je in de nieuwe omgeving gaat wonen.

Alle scholen kiezen erom dat kinderen starten aan het begin van het schooljaar (zie onderaan). Het schooljaar in Engeland en Wales start gewoonlijk in september en eindigt in juni van het daaropvolgende jaar. In Schotland begint het schooljaar midden augustus en eindigt het eind juni en in Ierland van september tot juni. De meeste lokale raadsleden publiceren informatie inzake inschrijvingen en bij het lokale Departement voor Onderwijs kan men ook info vinden.

Regels in schooluren in het VK

Het schooljaar is gewoonlijk verdeeld in drie semesters (herfst, lente en zomer) en zijn gescheiden door 14 vakantiedagen. Aan de helft van het semester is er een week vakantie. De typische datums worden hieronder vertoond, hoewel ze afhangen van de soort school en het gebied:

De semesters hebben een flexibele duur. De meeste scholen sluiten ook voor opleiding van het personeel op bepaalde dagen. Deze datums vindt men terug in de school kalender. Vakantiedagen worden op voorhand te kennen gegeven door de scholen. Zo hebben ouders genoeg tijd om hun vakanties te plannen. Men kan echter geen vakantie nemen gedurende het semester, hoewel vele ouders dit toch doen en het is ook wettelijk toegelaten. Ouders mogen wettelijk hun kinderen voor twee weken thuishouden zonder dat er daarvoor wettelijke toestemming nodig is.

Het is echter niet aangeraden om dit te doen, vooral wanneer er examens moeten afgelegd worden of er belangrijke taken moeten ingediend worden. De GCSE examens vinden laat mei en juni plaats. Als je kind een examen niet kan meedoen moet je waarschijnlijk een kost betalen en ook wanneer het kind de examens overdoet.

De schooldag duurt gewoonlijk van 9u tot de middag en van 13u tot 15u30 of 16u, van maandag tot vrijdag. Sommige scholen (gewoonlijk middelbare scholen) hebben continentale uren, beginnende van 8u30 tot 2u30 (met een korte lunchpauze). Zaterdag zijn er geen lessen.

Voorzieningen en uniformen

De meeste basis en middelbare scholen voorzien maaltijden (cafetaria) voor 2,5 pond per dag en in sommige scholen mogen de ouders hun kinderen vergezellen gedurende de lunchpauze. Leerlingen kunnen hun maaltijden vooraf bestellen voor een hele week.

Het kind kan eventueel naar huis gaan tijdens de lunchpauze indien de moeder thuis werkt en binnen wandelafstand woont van het school. In het noorden van Ierland worden er maaltijden voorzien in basisscholen voor kinderen die dit wensen.

Bij de meeste scholen mogen kinderen een snack eten tijdens de ochtendpauze, bv. een koekje, appel of chips (chips). Melk kan men aankopen bij bepaalde scholen. Er is ook gratis melk en maaltijden voor leerlingen wiens ouders een ondersteunende vergoeding van de staat krijgen. Bovendien kunnen ze vrijgesteld worden van de betaling voor reizen en schooluitstappen. Alle middelbare scholen hebben ook fietsrekken voor leerlingen die met de fiets naar school komen. Kinderen van de basisschool hebben gewoonlijk de volgende zaken nodig:

  • Een rugzak of schooltas en een brooddoos;
  • Een pennenzak met schrijfgerief, etc. (niet verplicht);
  • Turnpantoffels, short, t-shirt en een handdoek voor spelletjes en het turnen
  • Turnzak (indien de schooltas de klein is).

Hoewel de meeste staatsscholen een schooluniform hebben, variëren de regels inzake klederdracht sterk. In sommige scholen is het verplicht en in andere niet (de regels zijn minder streng bij lagere scholen). Ouders die het economisch moeilijker hebben, bv. diegene die een staatsinkomen hebben, kunnen een beurs krijgen voor het uniform en sommige lagere scholen verschaffen ook hulp om de uniformen te bekostigen.

In de jaren 60 was het schooluniform niet populair in staatsscholen en werden beschouwd als een bedwongen persoonlijkheid. Ook werd dit gezien als last voor minder welgestelde families (wat nog steeds het geval is).

De laatste jaren hebben vele staatsscholen de uniformen opnieuw geïntroduceerd om de discipline, trots en imago van het school te bevorderen. De voorstanders van het uniformen beweren dat het uniform het imago van het school verrijkt en bovendien vallen de kinderen van armere ouders niet op aangezien iedereen dezelfde klederdracht hanteert.

Kinderopvang & kleuteronderwijs in het VK

Het kleuteronderwijs is niet verplicht voor kinderen die jonger dan vijf jaar zijn. Vanaf hun vijfde jaar is het onderwijs verplicht. Een door de regering geïntroduceerd schema in 1998 voorziet deeltijds onderwijs voor kinderen van vier jaar.

Deze kinderen krijgen drie blokken van twee uur en half per week les met speeltijd daarbij. Dit laatste kunnen de ouders vrij bepalen. De uren van de kinderopvang behoren tot de laagste in Europa (in België en Frankrijk gaan 95% van de kinderen naar het kinderopvang).

Toch is de verschaffing van kinderopvang door LEAs niet verplicht, hoewel LEAs plaatsen om te spelen moeten verzekeren als er te weinig kinderopvang is. De inschrijving is gebaseerd op een 'first-come, first-served'. De centra voor kinderopvang hebben geen overnachtingsmogelijkheden en je kan aanvraag doen bij een aantal scholen, hoewel je zo snel mogelijk je kind dient in te schrijven. Een voordeel bij het inschrijven van je kind aan een staatsschool, dat verbonden is aan een basisschool, is dat je er zeker van mag zijn dat je kind later een plaats zal hebben in de basisschool.

De kosten van privé onderwijs bedragen gewoonlijk 50 pond per week of 400 pond per semester, hoewel ze tot 5000 pond per jaar kunnen bedragen. Bij sommige scholen kan je een aantal ochtend en namiddag sessies kiezen, bv. van 150 pond per semester voor twee sessies per week, tot 400 pond voor vijf volle dagen per week. De schooluren variëren en zijn meestal van 9u tot de middag (ochtend sessie) en 12u15 tot 15u15 (namiddag sessie).

Kinderen die elke dag naar de kleuterschool gaan vereisen gewoonlijk een lunchpakket (de school verschaft meestal een ochtend snack en drankje). Er zijn meer dan 800 kleuterscholen in het VK die de Montessori leermethode gebruiken.

Als je kind niet aanvaard wordt door een staatsschool, moet je betalen voor privéonderwijs. De kosten lopen op van 2,50 pond tot 4 pond per sessie. Vele plaatsen voor kinderopvang aanvaarden kinderen van 2 jaar maar deze kinderen moeten toilet getraind zijn. De informele speelfaciliteiten worden voorzien door de privé kleuterscholen en opvangcentra. Ook kunnen ouders of vrijwillige instellingen hiervoor zorgen zoals; Pre-School and playgroups  (The Fitzpatrick Building, 188 York Way, London N7 9AD 020-7697 2500). De capaciteit bedraagt 800000 voor kinderen jonger dan vijf jaar. Contacteer de kinderopvang (0800-096-0296) om te weten waar de verschillende kleuterscholen en opvangcentra zich bevinden in je omgeving.

Kinderen tussen twee en vijf jaar wonen de weeksessies bij van twee en half uur per dag. De ouders betalen elke semester een vergoeding en worden aangemoedigd om hun steentje bij te dragen tot de groep. Een opvangcentrum voorziet niet echt opleiding voor kinderen van onder de vijf jaar, hoewel onderzoek aangetoond heeft dat kinderen die naar de kleuterschool gaan sneller ontwikkelen dan diegene die dit niet doen.

De kleuterschool wordt sterk aangeraden, vooral wanneer de ouders geen Engels spreken als moedertaal. Na één of twee jaar in de kleuterschool is een kind geïntegreerd in de lokale gemeenschap en goed voorbereid voor het lager onderwijs (vooral indien er thuis geen Engels wordt gesproken). Er zijn een aantal boeken voor ouders die hun jonge kinderen thuis willen opleiden. De meeste opvoeders raden echter aan om de kinderen naar school te sturen.

Lagere school in het Verenigd Koninkrijk

Het lager onderwijs start op vijfjarige leeftijd in het VK en de staatsscholen bieden meestal gemengd onderwijs (gemeenschappelijke opvoeding van jongens en meisjes). Lagere scholen bestaan voornamelijk uit kindscholen voor kinderen van vijf tot zeven (of acht), junior scholen voor kinderen van zeven tot elf (of acht tot twaalf) en gecombineerde eerste en middenscholen voor beide leeftijdsgroepen.

Kinderen van vijf tot acht jaar gaan naar de basisschool in sommige delen van Engeland, kinderen van negen of tien jaar gaan naar de middel secundaire school. Sommige basisscholen geven kleuterlessen voor kinderen van vijf jaar.

LEAs moeten een plaats verschaffen in een basisschool bij de aanvang van het semester voor kinderen van vijfjarige leeftijd. Sommige scholen laten kinderen toe van jongere leeftijd. Na het volgen van kleuteronderwijs in de basisschool gaat het kind erna naar een hogere klas aan dezelfde school, hoewel dit niet verplicht is. Om hun kinderen in te schrijven moeten ouders een aanvraag doen bij de directie.

De overgang naar de middelbare school wordt gemaakt op elfjarige leeftijd in Engeland en Wales, terwijl dit in het Noorden van Ierland elf of twaalf jaar is. In Schotland duurt het basisonderwijs zeven jaar en leerlingen gaan naar het middelbaar onderwijs op hun twaalf jaar. Op sommige plaatsen moeten kinderen een 11-plus examen afleggen. De uitslag bepaalt of het kind naar een grammaticale of middelbare school mag gaan.

Middelbare school in Brittannië

Middelbare scholen zijn voor kinderen van elf of twaalf tot 16 jaar en voor diegene die wensen te blijven tot hun 18 jaar (dit noemt men in het Engels 'sixth formers'). De meeste middelbare scholen bieden gemengd onderwijs, hoewel er vele uniseks-scholen zijn in het Noorden van Ierland. Studenten krijgen academische vakken in het middelbaar onderwijs. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste middelbare scholen:

  • Middenscholen – Kinderen van acht tot negen gaan naar deze scholen en op hun 12 of 14 jaar gaan zij naar senior scholen.
  • Scholengemeenschap (basis of secundair onderwijs) – Men kan zich laten inschrijven ongeacht de mogelijkheden of vaardigheden. Deze scholen bieden een variatie aan cursussen voor alle niveaus, voor kinderen van één tot zes jaar (van 11 tot 18 jaar, hoewel sommige enkel zijn voor kinderen van 11 tot 16 jaar) en aanvaarden enkel studenten van de lokale omgeving. In bepaalde landen zijn middelbare scholen veelomvattend.
  • Middelbare scholen – Voorzien algemeen onderwijs met een praktische training voor leerlingen van 11 tot 16 jaar die niet aanvaard werden in de grammatica school. Zoals de scholengemeenschap zijn middelbare scholen voor studenten van de lokale omgeving.
  • Intermediair/secundair – Deze scholen bevinden zich enkel in het noorden van Ierland en zijn gelijkwaardig aan de scholengemeenschap.
  • Secundaire grammaticale school – Deze hebben een grote toeloop en voorzien academische cursussen voor leerlingen van 11 tot 16 of 18 jaar. In gebieden waar men het 11-plus examen moet afleggen kan 25% van de geslaagden zich inschrijven.
  • Lyceum – Deze scholen zijn voor leerlingen die slagen voor het 11-plus examen en niet aanvaard worden een grammaticale school.
  • Sixth Form Colleges – Hier gaan leerlingen van zestien jaar naartoe (bv. van secundaire moderne scholen). Zij studeren gedurende twee jaar voor het GCE A-niveau. Ook studenten van elf tot zestien jaar gaan naar deze school.
  • Technische Scholen – Deze scholen voorzien beroepsopleiding (academisch en technische) voor studenten van 14 tot 18 jaar. De school hoort gedeeltelijk bij het Instituut voor Technisch en Beroepsonderwijs (TVEI), gefinancierd door Manpower Services Commission (MSC).
  • City Technology Colleges – Zij zijn gespecialiseerd in technische en wetenschappelijke cursussen voor kinderen van 11 tot 18 jaar (zie hieronder). Deze scholen bevinden zich in afgezette gebieden van het VK.

De scholengemeenschap is meestal verdeeld in vijf of zeven leeftijdsgroepen, waarbij de eerste groep bestaat uit de jongste kinderen, bv. elfjarigen. Studenten kunnen op 16-jarige leeftijd examens afleggen of het school verlaten zonder examens af te nemen. Nadat de examens gedaan zijn kunnen studenten naar het sixth form gaan en twee of drie jaar verder studeren voor de examens op niveau A. Bij het slagen van deze laatste examens kunnen studenten naar de universiteit gaan. Ze kunnen ook een extra GCSE afleggen of studeren voor het niveau B. Tech of GNVQ examens (General National Vocational Qualification). Ongeveer 40% van alle studenten studeren aan de middelbare school om het niveau A te behalen.

De gemiddelde leraar-leerling verhouding in de meeste staatsscholen is ongeveer 22, hoewel de omvang meer dan 30 is in sommige scholen.

De lestijd bedraagt tussen 22 en 26 uur in middelbare scholen en kan meer zijn om betere examenresultaten te behalen.

City technology colleges worden gefinancierd door de staat, onafhankelijk van LEAs, en vormen een recente innovatie voor het staatsonderwijs voor leerlingen van 11 tot 18 jaar. Hun doel is om de keuzemogelijkheden van secundair onderwijs uit te breiden in benadeelde stedelijke gebieden en om een veelomvattend leerplan aan te bieden met de nadruk op wetenschappen, technologie, bedrijfsmanagement en kunst. Hoewel er in het begin twijfels waren, hebben technische colleges al veel succes voortgebracht.

Leerplan

De Education Reform Act van 1988 heeft het nationale leerplan in basis en middelbare scholen geïntroduceerd voor de jaren van verplicht onderwijs voor leerlingen van vijf tot zestien jaar. Dit betekent dat kinderen in alle delen van Engeland en Wales nu hetzelfde basisonderwijs zullen krijgen. Dit maakt de vergelijking gemakkelijker tussen hoe kinderen presteren aan de verschillende systemen en de verplaatsingen tussen scholen. Voor het nationale leerplan waren hoofd leraars in Engeland en Wales verantwoordelijk voor het opstellen van het leerplan in hun scholen in samenspraak met LEAs en de schooldirecteurs.

Het nationale leerplan (curriculingo) werd geïntroduceerd in de herfst van 1989 tot de zomer van 1995 om het VK in lijn te brengen met Europa. Het bestaat uit elf vakken dat ieder kind moet volgen: Engels, wiskunde, wetenschappen, geschiedenis, aardrijkskunde, informatie en communicatie technologie (ICT), muziek, kunst en ontwerp, lichamelijke opvoeding (LO), ontwerp en technologie (D&T) en een moderne vreemde taal (in middelbare scholen van 11 jaar). Engels en wiskunde zijn verplichte hoofdvakken omdat ze de leerling helpen bij het studeren van andere vakken.

Andere vakken noemt men 'foundation' vakken. De belangrijkste vakken en technologie en moderne taal zijn gekend als 'extended core'. In Wales wordt er Wels aangeleerd als belangrijkste vak en sommige scholen in Wales geven Wales als basisvak (hoewel dit al onenigheid heeft veroorzaakt onder de Engelstalige ouders, waarbij leerlingen verplicht worden om Wels te leren tegen de zin van hun ouders). Godsdienst maakt ook deel uit van het leerplan. De ouders kunnen vrij kiezen of hun kinderen hieraan meedoen.

Het onderwijs wordt verdeeld in vier belangrijke stadia. Hierdoor zijn ouders beter op de hoogte van wat hun kinderen leren op verschillende leeftijden. De ouders ontvangen een rapport met de resultaten van de Standard Assessment Tests (SATs) aan het einde van elk stadium (op de leeftijd 7,11,14 en 16). Deze zijn gebaseerd op de nationale bereikdoelstellingen.

In stadium één en twee worden de volgende vakken gegeven: Engels, wiskunde, wetenschappen, informatie en communicatietechnologie (ICT), geschiedenis, aardrijkskunde, kunst en ontwerp, muziek, ontwerp en technologie (D&T) en PE. In stadium drie wordt er een vreemde taal en het vak staatsburgerschap aangeleerd. Leerlingen moeten ook het vak godsdienst volgen bij elk stadium, hoewel ouders het recht hebben om dit te weigeren. In stadium drie hebben kinderen van 11 tot 14 jaar 20% van hun rooster ter beschikking voor optionele vakken en dit percentage bedraagt 40% in stadium vier.

De individuele scholen beslissen over bijkomende en religieuze vakken. Ook dienen ze jaarlijks informatie te publiceren over het leerplan. Kinderen met speciale behoeften moeten ook het nationale leerplan volgen, indien mogelijk.

In Schotland is er geen nationaal leerplan en de onderwijsautoriteiten en individuele hoofdonderwijzers beslissen hierover. Er zijn nationale richtlijnen die de volgende vakken voorstellen voor leerlingen van 5 tot 14 jaar: Engels, wiskunde, natuurwetenschappen (inclusief wetenschappen, sociale vakken, technologie en gezondheid), expressieve kunst (inclusief kunst, muziek, drama en lichamelijke opvoeding), en religieuze en morele vakken.

Deze vormen de belangrijkste vakken en vergezellen de andere activiteiten. Er wordt ook bepaald om de Keltische taal te geven in de Keltische gebieden. Standaard testen worden afgenomen voor Engels en wiskunde voor kinderen van 9 en 12 jaar.

In het Noorden van Ierland is er een gelijkaardig leerplan voor alle scholen met verschillende studiegebieden, inclusief; Engels, wiskunde en technologie, geschiedenis en aardrijkskunde, creatieve en expressieve vakken (kunst en ontwerp, muziek en lichamelijke opvoeding), religie, en 4 optionele vakken (gemeenschappelijk begrip, cultureel erfgoed, gezondheid en welzijn, en informatie technologie). Deze laatste zijn aparte vakken en worden samen met de andere vakken onderwezen.

Alle leerlingen van het middelbaar onderwijs leren een Europese taal aan. Het Iers wordt enkel in Ierse scholen aangeleerd. Middelbare scholen zijn gekend als Post-primary schools in het nooden van Ierland. Er zijn ook grammaticale scholen en de inschrijving hierbij hangt af van de resultaten van 2 examens die de kennis van Engels, wiskunde, wetenschappen en technologie testen.

Het nationale leerplan werd al gecontroleerd en men verwacht dat dit de komende jaren wordt aangepast om probleemgebieden te bestrijden en de training een andere invalshoek te geven. Voor verdere informatie kan je de volgende instantie controleren; Qualification and Curriculum Authority , 83 Piccadilly, London W1J 8QA (020-7509 5556).

Examens

Voor de introductie van de scholengemeenschap werden de 11-plus examens afgelegd door alle leerlingen van Engeland en Wales op 11-jarige leeftijd. Dit is het grootste keerpunt in de opleiding van een leerling. Critici beweren dat deze examens de onderwijstoekomst van het kind op een te jonge leeftijd bepalen (enkele leerlingen die faalden voor het 11-plus examen hebben hoger onderwijs gevolgd).

Het examen wordt nog steeds afgelegd door leerlingen van de basisschool in sommige gebieden en gaan zo verder naar een grammaticale school. Leerlingen die niet slagen gaan naar een secundaire moderne school. De plaatsen aan een geavanceerde middelbare school zijn beperkt en om te kunnen slagen voor het examen hebben leerlingen ook een referentie nodig van hun rector. Je kan mogelijk overstappen van een middelbare school naar een grammaticale school maar dit gebeurt zelden.

In Engeland, Wales en Noord-Ierland is het belangrijkste examen op 16-jarige leeftijd het General Certificate of Secondary Education (GCSE). Het General Certificate of Education Advanced op het niveau A kan afgenomen worden na twee jaar studeren. Het belangrijkste examen in Schotland is het Scottish Certificate of Education (SCE). De SCE standaard (ordinaire) graad wordt na vier jaar middelbaar onderwijs gedaan en de SCE hogere graad na zes jaar.

Als men voor deze examens slaagt kan men verder studeren. De resultaten worden namelijk erkend door alle Britse en Europese universiteiten en de meeste Amerikaanse hogescholen. De laatste jaren was er een debat over de daling van de A-niveau standaarden, hoewel ze bij de beste behoren. Hieronder volgt een beschrijving van de examens in Engeland, Wales en Noord-Ierland.

Algemeen certificaat van het Secundair Onderwijs

In 1988 vervangde het GCSE examen het Algemeen Certificaat van Onderwijs (GCE) en het Certificaat van Secundair Onderwijs (CSE) examens. De GCSE verschilt van deze voorgangers. De syllabi was gebaseerd op nationale criteria die de cursus doelstellingen dekt; inhoud en evaluatiemethodes; gedifferentieerde evaluatie (verschillende vragen voor de verscheidene vaardigheden) en graad-gerelateerde criteria (cijfers die worden toegekend op eerder absolute dan relatieve prestaties).

De cursussen maken deel uit van de GCSE resultaten, afhankelijk van het onderwerp en de examencommissie, en variëren van 30% tot 70%. Wanneer leerlingen het einde van het derde jaar van het middelbaar onderwijs bereiken, kiezen ze GCSE onderwerpen met de hulp van leerkrachten en ouders (er is geen beperking inzake de deelname van elk examen).

Leerlingen doen hun GCSEs op 16-jarige leeftijd of vroeger – bv. als ze uitzonderlijk hoogbegaafd zijn. Leerlingen die het niveau A willen bereiken of verder willen studeren moeten vijf of zes GCSE afleggen voor graad A tot C.

Geavanceerde & geavanceerde bijkomende niveaus

De GCE (A-level) examens moeten gewoonlijk twee jaar na de GCSE afgelegd worden (op de leeftijd van 17 of 18 jaar) door diegene die verder willen studeren. In 2002 werden de A-niveaus aangepast als antwoord op de kritieken dat standaarden gedaald waren (een aantal jaren geleden was er een sterke stijging in het aantal A-level passes, vooral in de topgraden A en B en vele opvoeders denken dat examens en de evaluatie opzettelijk verminderd werden om de slaagkansen te doen toenemen). Ook wordt de flexibiliteit in vakken sterk aangemoedigd.

Studenten in hun eerste jaar van het niveau A kunnen beslissen hoeveel A-niveaus ze wensen te studeren. Ieder A niveau heeft zes eenheden die men kan afleggen na twee jaar (modules) of aan het eind van de twee jaar (lineair). De cursussen maken deel uit van de eenheden van niveau A en er is een maximum van 30% bij de meeste vakken. Het eerste jaar is gekend als 'AS' (zie onderaan) en het tweede als 'A2'.

De Advanced Supplementary level (AS-level) examens kan men afnemen gedurende het eerste en tweede jaar en bestaan uit drie niveaus. Een AS-level wordt gegradeerd als de helft van niveau-A en daarom worden twee AS-level certificaten aanvaard als gelijkwaardig aan één A-level certificaat. AS-level cursussen vormen een supplement op de A-level studies en de examens krijgen een cijfer van A tot E (netzoals A-level grades).

Advanced Education Awards (AEAs) werden door de regering geïntroduceerd in 2002 om de oude Scholarship levels (S-levels) te vervangen. Er wordt echter wel verwacht dat AEAs door meer studenten worden afgenomen dan de S-levels. EAEs vormen een uitbreiding voor A-level studenten en zorgt voor differentiatie, vooral voor vakken waar er een hoge proportie is van 'A' grades op A-niveau. Tot op heden zijn AEAs beschikbaar in 16 A-level vakken (biologie, chemie, economie, Engels, Frans, aardrijkskunde, Duits, geschiedenis, Iers, Latijn, wiskunde, fysica, religie, Spaans, Wels en Wels als tweede taal). Dit cijfer zal toenemen tot 20 in 2005 met de introductie van bedrijfsmanagement, informatica, ontwerp en technologie en psychologie.

Schotland heeft zijn eigen examen systeem, het Scottish Certificate of Education (SCE) standard (ordinair) en hogere examens. De standaard graad (gelijkwaardig aan de GCSE) wordt afgenomen op de leeftijd van 15 en de hogere graad op 17 of 18-jarige leeftijd. Het Scottish Certificate of Sixth Year Studies (SCSYS) is een verdere kwalificatie voor leerlingen die verder studeren na het slagen van de SCE graad. Sommige Schotse privé scholen hebben GCE A-levels en SCE hogere graden.

Het Certificate of Pre-vocational Education (CPVE) is een nationaal erkende onderscheiding voor jongeren van 17 jaar die een extra jaar volgen aan een school of instituut.

Om te mogen studeren aan een Britse universiteit moet de student het niveau A halen (graden A tot E). Dit is het minimum; bij bepaalde cursussen heb je nog meer cijfers nodig, bv. bij het studeren van rechten en geneeskunde heb je 3 certificaten van het niveau A nodig. Bij andere cursussen heb je twee certificaten voor graad B en één voor graad C nodig. Als je onverwachts een laag cijfer behaalt op een examen kan je in beroep gaan. Hiervoor moet je betalen maar je krijgt het bedrag terug als je echter geen succes hebt. Indien je in beroep gaat doe dit zo snel mogelijk.

Voor dyslectische kinderen zijn er speciale toegevingen inzake GCSE en examens op niveau A. Zij mogen gebruik maken van een tekstverwerker om de examens te maken.

 Bedankt, je bericht is verstuurd.

Stuur deze advertentie aan een vriend(in)

Ook in dit gedeelte

 Dank je. Je bericht zal worden gepubliceerd zodra deze goed gekeurd is door de moderators.

Geef bericht op dit artikel

Wil je andere mensen helpen om in het buitenland te wonen? Voeg dan jouw tips of een extra bericht toe aan dit artikel. Houd er rekening mee dat je berichten pas gepubliceerd worden nadat deze herzien zijn door een moderator en dat we spam of advertenties zullen verwijderen.